Twee dalen aan weerszijden van hetzelfde gebergte kunnen totaal ander weer hebben: koel en nat aan de ene kant, maar helder, winderig en opvallend warm aan de andere. Dat contrast past bij het föhneffect: lucht die bij het afdalen aan de lijzijde warmer en droger wordt.
Loefzijde en lijzijde
Wanneer wind dwars op een bergketen staat, wordt een deel van de lucht aan de loefzijde omhoog gedwongen. Met de hoogte daalt de druk, waardoor de lucht uitzet en afkoelt. Bij verzadiging ontstaan wolken en kan regen of sneeuw vallen. Achter de kam daalt de lucht, wordt samengedrukt door de hogere druk en warmt op.
Is onderweg vocht uitgeregend, of komt de dalende lucht uit een droge hogere laag, dan zakt de relatieve vochtigheid snel. Zo kan naast een bewolkte helling een warm, zonnig en vlagerig dal liggen.
Neerslag is niet altijd nodig
De klassieke uitleg legt de nadruk op condensatie en neerslag aan de loefzijde, maar er bestaan ook droge föhnperioden. Lucht kan vanuit hogere niveaus naar beneden worden getrokken, turbulentie kan droge lucht mengen en opklaringen geven extra zonnewarmte. Vaak werken meerdere processen tegelijk.
Herkenbare aanwijzingen
- Een wolkenbank tegen de kam of loefhelling.
- Helderder weer en goed zicht aan de lijzijde.
- Een sterke daling van de relatieve vochtigheid.
- Een snelle temperatuurstijging, soms 's nachts.
- Krachtige, onregelmatige windstoten en turbulentie.
- Lenticulaire wolken of rotorwolken bij het gebergte.
Eén signaal bewijst geen föhn. Wind op verschillende hoogtes, vochtigheid, druk en wolkenstructuur moeten samen worden beoordeeld.
Waarom föhn gevaarlijk kan zijn
Föhn is meer dan warme wind. Windstoten en rotoren kunnen bergtochten, kabelbanen, hoogtewerk en luchtvaart bemoeilijken. Droge, snelle lucht onttrekt vocht aan begroeiing en kan een bestaande natuurbrand versnellen. Bij sneeuw kan snelle opwarming dooi en stabiliteit beïnvloeden; lokale lawineberichten blijven daarom leidend.
Geen synoniem voor hittegolf
Föhn is een lokaal effect van luchtstroming over reliëf en kan uren tot dagen duren. Een hittegolf is een langdurige periode met uitzonderlijk hoge temperaturen voor plaats en seizoen. Eén dal kan door föhn zeer warm worden terwijl omliggende gebieden koel blijven.
Föhn in de verwachting herkennen
Bekijk de windrichting ten opzichte van de bergketen, vergelijk temperatuur en vochtigheid aan beide zijden en let op waarschuwingen voor wind, brandgevaar of lawines. Trek omstandigheden in een beschut dal niet door naar de kam: daar kunnen wind, bewolking en zicht plots veranderen.
Een berg houdt het weer dus niet alleen tegen, maar verandert het. Vochtige stijgende en droge dalende lucht kunnen op korte afstand compleet verschillende werelden maken.
