Op een wintermiddag zie je soms een felle vlek links van de zon en een tweede rechts. Het zijn bijzonnen. Ze kunnen ook in andere seizoenen voorkomen. Soms zie je er maar één, omdat de ijskristallen ongelijk over de hemel verdeeld zijn.
Hoe ontstaan bijzonnen?
In dunne, hoge wolken zoals cirrus kunnen platte, zeshoekige ijskristallen zweven. Als veel van die plaatjes bijna horizontaal liggen, wordt het zonlicht dat door hun zijkanten gaat afgebogen en in kleuren gesplitst. Bij een lage zon zitten de vlekken ongeveer 22° links en rechts ervan, op dezelfde hoogte. Bij een hogere zon kunnen ze verder weg staan.
Drie herkenningspunten
Zoek een lichtvlek op zonshoogte met een roodachtige rand aan de kant van de zon en blekere kleuren naar buiten toe. Een halo van 22° vormt een kring rond de zon en kan tegelijk zichtbaar zijn. Een gewone regenboog ontstaat in waterdruppels en staat tegenover de zon.
Zo kijk je
Laat een gebouw de zonneschijf afdekken en kijk naar de hemel aan weerszijden, zonder rechtstreeks naar de zon te kijken. Neem bij een foto ook de wolken en de horizon in beeld. Bijzonnen verraden ijs hoog in de lucht, maar vertellen op zichzelf niet of het morgen regent.
