Kies een geschikte plek
Zorg dat regen rechtstreeks in de opening kan vallen. Blijf uit de buurt van dakranden, overstekken en bomen. Die kunnen regen tegenhouden of extra druppels in de meter laten vallen. Zoek een open plek met enige beschutting tegen harde wind, op voldoende afstand van de obstakels.
Monteer de meter stevig en waterpas
Controleer of de rand horizontaal ligt en de steunpaal de regen niet onderschept. Vermijd sproeiers en plekken waar water vanaf bestrating opspat. Voor open terrein adviseert de Amerikaanse weerdienst als richtlijn minstens tweemaal de hoogte van het obstakel als afstand. Kies in een kleine tuin de minst verstoorde plek en noteer de beperkingen.
Houd een meetlogboek bij
Lees de meter op een vast tijdstip af en noteer over welke periode de meting gaat. Gebruik bij een handmatige meter de schaal van de fabrikant en leeg de meter na het noteren. Maak onderscheid tussen 0 mm en een ontbrekende meting. Noteer het als de meter is overgelopen. Haal bladeren uit de trechter en controleer na verplaatsing opnieuw of de rand waterpas staat.
Verschil met een nabijgelegen station
Controleer eerst of de meetperioden gelijk zijn. Kijk daarna naar de opstelling, vooral na harde wind. Een plaatselijke bui kan op korte afstand uiteenlopende neerslagsommen opleveren, ook met goed werkende meters.
